Home Wie ben ik Indruk Achtergrond Contact

Theorieën

Er zijn vele definities van hoogbegaafdheid in omloop. De meest gehanteerde modellen zijn die van Renzulli/Mönks, van Heller en van Gagné.

Renzulli/ Mönks

Renzulli omschreef begaafdheid als de interactie tussen drie aanlegfactoren. Een bovengemiddelde intelligentie, een hoog niveau van taakgerichtheid en een hoog niveau van creativiteit. Mönks voegde drie omgevingsfactoren als verklaring toe; school, gezin en vrienden en creëerde daarmee het Triadisch Interdependentiemodel. Door omgevingsfactoren kunnen de motivatie en creativiteit dermate 'aangetast' worden, dat slechts de hoge intelligentie nog overblijft. We spreken dan officieel van een hoogintelligent persoon en niet van een hoogbegaafd persoon.

×

Heller

Evenals in het model van Renzulli & Mönks zijn in het model van Heller ook de omgevingsfactoren medebepalend voor het uiteindelijke niveau waarop de hoogbegaafdheid tot uiting komt. Daarnaast zijn volgens Heller en Hany ook niet-cognitieve factoren (individueel, motivationeel en sociaal) medebepalend voor het uiteindelijke niveau en terrein waarop de hoogbegaafdheid tot uiting komt.

×

Gagné

Ook Gagné geeft de interactie tussen de verschillende factoren aan. De aanleg is genetisch bepaald. De intrapersoonlijke factoren en de omgevingsfactoren bepalen samen hoe de aanleg zich zal ontwikkelen.

×

Taxonomi van Bloom

Eén manier om aan de criteria voor een rijke leeractiviteit te voldoen, is door bij het ontwikkelen van lessen of projecten vragen en opdrachten op te nemen die een beroep doen op ‘het hogere orde denken’.

Hogere orde vragen

Bij hogere orde vragen en opdrachten zijn voor het antwoord of de uitvoering de vaardigheden analyseren, evalueren of creëren nodig. Het zijn vragen en opdrachten die zich richten op:

  • Stimuleren van leerlingen om verder en meer kritisch na te denken
  • Stimuleren van het probleemoplossend denkvermogen
  • Ontlokken van discussie
  • Stimuleren van leerlingen om zelfstandig op zoek te gaan naar informatie

Lagere orde vragen

Lagere orde vragen zijn vragen die een beroep doen op onthouden, begrijpen en (deels) toepassen. Dit type vragen is geschikt voor:

  • Evalueren van de voorbereiding en het begrip van leerlingen
  • Vaststellen van de sterktes en zwaktes van leerlingen
  • Herhalen en samenvatten van gegeven informatie
Zes "niveaus" van Bloom

Het verschil tussen ‘lagere orde denken’ en ‘hogere orde denken’ is weergegeven in de Taxonomie van Bloom, waarin zes niveaus worden onderscheiden: onthouden, begrijpen, toepassen, analyseren, evalueren en creëren. De niveaus dienen om een onderscheid te maken in de complexiteit van het kennisniveau waar een beroep op wordt gedaan. Er wordt hiermee geen volgorde voorgeschreven waarin een bepaald niveau aan bod zou moeten komen. Bij een rijke leeractiviteit worden in ieder geval meerdere niveaus aangesproken.

×

Bron: https://talentstimuleren.nl/thema/stimulerend-signaleren/rijke-leeractiviteiten/bloom

Mindset

Je hebt kinderen die genieten van uitdagingen op school, die hard werken voor goede resultaten en die zich niet uit het veld laten slaan door tegenslagen, zoals onvoldoendes.

Er zijn echter ook kinderen die het liefst alleen gemakkelijke opdrachten doen en die zich dom voelen wanneer ze hard moeten werken om iets onder de knie te krijgen. Vaak is hun motivatie voor school daardoor niet optimaal.

Wat blijkt? De manier waarop mensen hun intelligentie en mogelijkheden zien, is van grote invloed op de groei die ze doormaken. Een vaste mindset belemmert ontwikkeling. Een groeimindset zorgt voor motivatie en doorzettingsvermogen en is onmisbaar voor het ontplooien van talenten. Het goede nieuws is dat je een vaste mindset bij kinderen kunt veranderen in een groeimindset. Volwassenen spelen hierbij een cruciale rol.

Bron: https://talentstimuleren.nl/kalender/congres/1/programma/sessie/2

Habits of Mind

Het uitgangspunt van Habits of Mind: leren is een consequentie van denken. Kinderen beter leren denken (denken doen ze uiteraard al!) is daarom een logische stap. Met de Habits of Mind wordt een denkcultuur gecreëerd.

De Habits of Mind (HoM) zijn 16 nauwkeurig beschreven denkgewoontes. Het zijn geen schokkende of vernieuwende termen, iedereen heeft er wel eens van gehoord. Door een naam aan elke denkgewoonte te hangen zijn ze voor kinderen herkenbaar en wordt het voor hen makkelijker ze toe te passen.

De 16 Habits zijn beschreven in het boek “Learning and leading with Habits of Mind”. Jarenlang is er onderzoek gedaan naar wat mensen succesvol maakt. Hier zijn onder andere typerende karaktereigenschappen uitgekomen die ieder mens kan ontwikkelen. Denk aan volharding, flexibiliteit, creativiteit, samenwerken en zo zijn er nog veel meer.

Leren in de 21e eeuw bestaat niet alleen maar uit kennis verwerven. Hoe de toekomst eruit komt te zien is onbekend en dat vraagt om nieuwe vaardigheden. Het gaat dan meer om hoe ze met problemen omgaan, dan om de hoeveelheid kennis die ze hebben vergaard. Hebben ze het vermogen om problemen te analyseren, strategieën te bedenken, kansen te zien en te putten uit opgedane kennis en eerdere ervaringen? Geven ze snel op of gaan ze door tot in perfectie? Vinden ze de uitkomst van een probleem het belangrijkst of kunnen ze genieten van het leerproces wat eraan vooraf gaat? Door de HoM aan te bieden leren de kinderen strategieën die succesvol zijn en die ze kunnen toepassen in diverse situaties.

Onderzoekend leren

De didactiek van onderzoekend leren is gebaseerd op de methode van natuurwetenschappelijk onderzoek. In zeven stappen doorlopen kinderen een onderzoekscyclus (Van Graft, M. & Kemmers, P. (2007) Den Haag: Stichting Platform Bèta Techniek. Wetenschapsknooppunt Radboud Universiteit).

  1. Confrontatie
  2. Verkennen
  3. Opzetten van het onderzoek
  4. Uitvoeren van het onderzoek
  5. Concluderen
  6. Presenteren van de resultaten
  7. Verdiepen en verbreden

Met de didactiek van onderzoekend leren wordt de ontwikkeling van vaardigheden bij leerlingen op een leuke en interactieve manier gestimuleerd. Onderzoekend leren stimuleert samenwerken, creatief en innovatief denken en draagt bij aan een onderzoekende en kritische houding bij leerlingen (21st century skills). Leerlingen ontwikkelen onderzoeksvaardigheden, zoals goed waarnemen, vragen stellen, experimenten opzetten en uitvoeren, voorspellingen doen, problemen verkennen en oplossingen bedenken.

Bron: http://www.expeditionchemistry.nl/onderzoekend-leren/

Creativiteit is besmettelijk. Geef het door

Albert Einstein